Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
99
55 """ "
30 KI. EENE VERTELLINGEN.
jon was geweest, werd krank, en verloor alle
wakkerheid, en allen eetlust. Hij vroeg een
Arts om raad, en deze voegde hem toe: ,, lieve
5, man! gij moet u eene gefladige beweging ver-
„ fchaffen."
33. Zeker iemand verhaalde eens, dat hij in
eene diepe groef gevallen was, welke meu ge-
graven had, om daarin wolven te vangen. 3, Hoe
5, kwaamt gij dan wederom daaruit," vroeg men
hem. „ O!" andwoordde hij, ,, Ik Avist mij wel
5, te redden. Ik liep fpoedig naar huis, en haal-
de mij eene ladder; en daar mede klom ik er
uit.
34. Twee menfchefi zaten in eene herberg bij
den, haard, en rookten eene pijp tabak — „■ Hoe
heet gij toch?" vroeg de een den anderen; en
toen er geen andwoord volgde , zoo herhaalde
hij, na eenigen tijd, die vraag. Na dat hij nu
dezelve verfdieidene malen had gedaan, zoo and-
woordde de ander vol gramllorigheid: „ Pjeter
„ heet ik " ,, Nu dan, mijn Heer pieterI"
voer de vrager voord, „ uw rok brandt. "
35. Eene voorname Dame wilde eenmaal zekere
plegtigheid mede aanzien. Zij bad daarom de
vrouw van een welgezeten burger, haar te ver-
oorlooven, dat zij, op den beftemden dag, bij
haar komen, en de plegtigheid uit de venllers van
haar huis aanfchouwen laogt. De burgeres ver-
OQr-