Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
K n A N K n % i V4 ao7
tochtte hij dikwijls, „ ik heb al mijne ellende
„ enkel aan mij zeiven te wijten. Hoe gezond
,iij, kon ik niet zijn, ware ik zoo wild en oa»
,, voorzigtig niet geweest!
Intusfchen gevoelde harrij zijne ellende eerst
in hare geheele grootte, toen ziine ouders ge-
ftorven waren. Toen geraakte hij bij vreemde
lieden, die voor hem zorgen moesten. Dezen
konden zich intusfchen meermalen den geheelen
dag niet met hem bemoeijen, dewijl zy buiten
het huis bezigheden hadden, waarmede zg hun
brood moesten winnen. Daar zat hij nu alleen
in eene kamer, zonder eten en drinken; er was
niemand, met wien hij fpreken kon, want een
ieder had zijn werk te verrigten. Hij kon de
vliegen niet eens afweren, die hem aan het vo^r-
hoofd en de oogleden ftaken. Hij kon zich
geen zweetdruppel afvegen; en de tijd viel hem
ontzaglijk lang. Toen weende harrij dikwyls
den ganfchen dag door; maar al zijn berouw
was te laat.
L X X X I X.
Eet niets, het geen gij niet kent.

O vader! kijk eens, welke fchoone zwarte
t, besfen ik hier hebl" riep teünis zijnen va-
der