Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
30 KI. EENE VERTELLINGEN.
zeker iemand in zijn vaderland terug. Hij be-
zocht allen , die hij voorheen gekend had. In
zeker huis verwonderde hij zich over de oudfte
dogter. ,, Ei," zeide hij; „ ik zou u haast
„ niet meer hebben gekeend. Ik dacht, dat Me-
5, juffer voorheen grooter ware geweest!"
25. Iemand vond een bekenden, wien hij des
morgens vroeg bezocht, nog in het bed. Al de
venfters van zijne flaapkamer ftonden open.
„ Waarom fluit gij die venfters niet," vroeg
de perfoon, die het bezoek afleide. „ Ei,"
■andwoordde de ander, „ ik laat de venflers al-
„ tijd open ; want ik mag geern het daglicht
„ zien, als ik des nachts wakker word."
26. Er werd eens iemand in een gezelfchap
gevraagd, welk een ding het zout toch eigen-
lijk was? Zonder zich te bedenken, andwoord-
de hij: „ Het is de kruiderij , die de fpijzen
„ bederfti, als men ze daar niet bij doet."
27. Een bedrieglijke herbergier had eenen
doorreizenden vreemdling eene hooge rekening
voorgelegd. Onder anderen had hij voor den
voerman van dien vreemdling drie flesfchen bier,
en zes glaasjes genever, op de rekening gefield.
,, Wel, Kastelein! " zeide de vreemdling: „ zoo
„ veel heeft mijn voerman immers niet ge-
„ had ? " — „ Niet, niet ? " andwoordde de
waard.