Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
54 KLEENK VERTELLINGEN.
hadden, waarin tienduizend menfchen verflagen
waren.
11. Zeker iemand moest noodwendig eens uit,
terwijl er juist niemand van zijn gezin te huis
was. Hij wilde zijne kamer niet ongefloten la-
ten 5 op dat niemand iets daaruit wegdragen
mogt; en evenwel wilde liij ook niet , dat ie-
mand van de zijnen, zoo dezelve, gedurende zij-
ne afwezigheid, te huis kwam, naar zijne terug-
komst zou behoeven te wachten, om in het ver-
trek te geraken. Hij nam een kort befluit, trok
den fleutel uit de deur, leide denzelven op de
tafel, floot de kamer toe, en fchreef buiten op
de deur : „ de fleutel ligt daar binnen op de
„ tafel."
12. Zeker mensch viel in een moeras, waaruit
hij niet ligt geraken kon, om dat hij al dieper
wegzonk, hoe meer moeite hij zich gaf, om er
uit te worflelen. Hij kwam ten laatfte op den
inval, om zich aan zijn eigen ftaart uit het moe-
ras te trekken. Hij greep den flaart, en trok
uit al zijne magt. Hoe mag hem dit gelukt
2ijn?
13. Twee menfchen voeren in een bootje over
eene rivier. De een liet, uit onvoorzigtigheid,
zijnen geldbuidel in den vloed vallen. „ Ik zal
55 zien," zeide hij, „ of ik, bij mijne terug-
,, komst, den buidel met een haak wedervinden
,9 kan«