Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
158 waarachtigheid, opregtheid,
had het bemerkt; en de doos was door het gat
van den zak gegleden.
AVeinige dagen daarna noodigde de Minister
al de gasten wederom, die bij het zonderlinge
voorval met de doos aan zijne tafel waren ge-
weest. De Officier werd een kwartier uurs vooraf
bij den Minister geroepen. Deze zeide hem,
dat de doos gevonden was: maar verzocht te-
vens, hem toch de rede op te geven, waarom
hij zoo hardnekkig geweigerd had, zijne zakken
om te ^keeren. ,, Uwe Excellentie," zeide de
Officier, „ is . een edelaardig man. Voor uwe
Excellentie wil ik niets verzwijgen. Ik beu
,, arm, ik ben zeer arm, en kan zoo veel niet
5, bijbrengen, dat ik een warm middagmaal met
,, mijne moeder hebben kan. Wij behelpen ons
j, zoo zuinig j als mooglijk. Nu kon ik vooraf
„ niet weten, dat ik dien middag b'^ uwe Ex-
„ cellentie eten zou. Hiervan onbewust, had
5, ik, voor dien middag, een worst gekocht,
5, cn dezen had ik nog in den zak. Had men
,, nu dien worst, bij het ontledigen van mijne
,, zakken, gezien, dan zou men mij misfchien
„ befpot en uitgelagchen hebben. Die beleedb-
„ ging had ik niet kunnen .verdragen- — Nu
,, zegge uwe Excellentie zelve, wat moest ik
„ doen?"
De Minister verhaalde aan tafel, ho&z^ne doos
we-