Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
" tóoen , huichetarlj, m2. '157
j, vernederend virezen, zoo raeii mij buiten dien
5, niet gelooven wilde."
Men bad den Officier,' zijne zakken om te kee-
ren. Men bad hem, dat hij zich toch niet zelf
bij meenig een in verdenking brengen mogt, als
of hij de doos had. Men ftelde hem voor, dat
een ieder zijne zakken toch reeds omgekeerd
had, en er alzoo voor hem niets vernederends
daarin wezen kon, dat hij het insgelijks deed —
maar hij bleef er vast op ftaan, dat hij het niet
doen wilde. Men zweeg dan vai> die zaak, en
een ieder dacht het zijne. Men dacht: „Ja!
„ de man is zeer arm — het is wel mooglijk....
„ het is begrijplijk .... misfchien heeft de
„ nood.... ja, hij moet de doos hebben. Waar-
„ om keerde hij anders zijne zakken niet om ? "
De Minister zelf dacht zoo.
Wie had nu toch de doos?
„ De doos van uwe Excellentie is wederom
,, te regt," zeide, den volgenden morgen, des
Ministers kamerdienaar aan zyiien Heer, zoo
haast dezelve opgeftaan was. — Deze verwon-
derde zich. Hij vroeg , waar zij geweest was;
en de kamerdienaar andwoordde, dat hij haar,
bij het weghangen van het kleed, onder in de
voering gevonden had. De rok had in den zak
een gat gehad. In gedachten had de Minister
de doos wederom bij zich geftoken. Niemand
had