Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
tOGBN, HUICHELARIJ, ENZ. 153
hij toch henen gaan, en de goede vrouw mogt
zoeken gezond te maken.
, ,, Heen gaan 2 " zeide de Arts, „ ja, dat wil
,, ik wel; maar ik moet toch ook weten, wat
„ ik voor mijne moeite hebben zal. Dat kan
„ mij. niemand kwalijk nemen. Ik moet immers
,, daarvan leven. Als elk van het gezelfchap mij
„ hier twee guldens geeft, wil ik daar henen
„ gaan, en doen \Yat ik kan!"
„ Hier zijn mijne twee guldens!" riep eene
Dame. „ En hier zijn de mijne ! " riep eene an-
dere. „ En hier zijn de onzen ook!" riepen de
overigen. Kortom, de Arts ontving van elk,
die in het gezelfchap was, twee guldens, en toen
ging hij henen. — Het was een mooi fommetje
geld, dat hij had opgezameld.
„ Hebt gij den man wel voor zoo baatzuchtig
„ gehouden?" zeide de eene Dame tot de ande-
re, toen de Arts weg was. — Zij verwonderden
zich allen .over hem; niemand had het van hem
verwacht — zegt, of zij geen gelijk hadden?
De Arts bezocht de vrouw, en zag wel, dat
het haar, om welhaast gezond te worden, voor-
naamlijk Hechts aan reinheid en vcrfterkend voed-
fel haperde. — ,, Nu, mijn goede mensch!"
zeide hij, ,, wij zullen dat welhaast verhelpen.
„ Hier heb ik geld, daarvoor willen wij alles
„ koopen, wat gij noodig hebt." — Hij maakte,
K 5 zelf