Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
KLEENE VERT ELLIN GEN, 31
jninfle op eene veilige plaats te gaan baden, op
dat zijn leven niet andermaal in gevaar geraken
mogt, „ Ach!" zcidehlj, „ bekommert u des-
wege niet! Ik zal vast niet wederom in het
3, water gaan, voor dat ik zwemmen kan."
5. Een eenvoudig mensch had zich een brood
gekocht, dat hij naar huis dragen wilde. On-
derweg bejegende hem een ziiner bekenden.
Hoor eens, kristi^van!" zeide hij tot dien
man, ,, daar heb ik een fchellings-brood ge-
,5 kocht; raad eens, hoe veel het kost."
6- Zekere vrouw had eene groote zwarte raaf
gekocht. Hare buurvrouw vroeg haar, wat zij
toch roet dien vogel doen wilde? „ Ei," and-
ivoordde zij, ,, de lieden zeggen altijd, dat zulk
een dier verfcheidene honderden van jafen oud
worden moet. Nu wil ik eens zien, of dat
5, wel waar is."
7. Een koetfier moest , op eene gevaarlijke
plaats, door een water rijden. Zijn Heer, die
in den wagen zat, riep hem toe, dat hij zich
toch in acht nemen moest. „ Als gij mij om-
„ verwerpt," voegde hij daarby, ,, en ife-ver-
j, drinli, dan fla ik u dood."
8. Iemand had, in zijnen kelder, een groot
vat wijn liggen. Hij dacht , dat zijne huisbe-
dienden van tijd tot tijd eenige kannen vol van
dien wijn wegnamen, en hij verzegelde daarom |
bet