Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
, EERLIJKHEID , ; BILLIJKHEID; 115
het geld aan, dat hij van den Heer ontvangen
bad. Het was een ftuk goud geld.
„ Mijn zoon! waarom hebt gij het niet be-
„ houden?" vroeg de Heer. „ O het was im-
,, mers niet regt geweest," andwoordde de eer-
lijke knaap, befchaamd, als ik niet zeker wist,
,, dat gij mij zoo veel hadt willen geven. " —
„ Opregte ziel!" zeide de Heer, ,, wie zijt
„gij?" .
De knaap verhaalde hem, dat hij de zoon van
eene arme weduwe was, die te huis ziek lag,
en om welke zich niemand bekreunde. Daarom
moest hij goede menfchen aanfpreken, ten einde
zij niet van honger en kommer omkomen mogt.
„ Ach! " zeide het kind, met betraande oogen,
" ,, zoo mijne moeder nog werken kon, zou ik
„ niet behoeven te bedelen."
,, Kom, mijn zoon!" fprak de goede Heer,
die medelijden met den eerlijken knaap had,
„ kom, breng mij bij uwe moeder! "
De jongen bragt hem in het kleene armzalige
kamertje, waar de moeder lag, die eenen zoo
goeden en eerlijken zoon had. De Heer vernam
naar alles, en toen hij bevond, dat de moeder
even braaf was, als haar kind, deed hij iiaar
koesteren en oppasfen, en befchikte haar eenen
geneesheer. Voor den knaap zorgde hij ook.
Hij deed hem onderwijs geven; en toen hij op-
H ft ge-