Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
100 N IJ D, A F G U N S T, ENZ.
heugde zich daarover, en zeide het aan de vrouw
des huizes, bij welke zij elkander fteeds ver-
klaagden ; en had de eene van iemand eens een
kleen gefchenk bekomen, dan benijdde de an-
dere haar zulks. Kon de eene den arbeid der
andere verzwaren , haar verdriet aandoen , of
haar eenige fchade veroorzaken , dan deed zij
zulks gewislijk. Dus werden zij nu ten laatfte
zoo verbitterd op elkaar, dat zij eikanderen i
zonder ergernis naauwlijks aanzien konden; eni
dat verzwaarde haren dienst geweldig. Zij wensch-
ten beiden, dat de tijd, voor welken zij zichi
verhuurd hadden, om wezen mogt; en nogthandS'
wilde elk van haar geerne bij hare meesteres
blijven, en wist elk van haar wel, dat zij vast:
geene betere meesteres bekomen zouden. Bei-
den zeiden zij: „ zulk een leven is niet uit te.
„ houden;" en nogthands deden zij geen af-
ftatid van hare onderlinge vijandfchap.
Eer nog. de tijd van haren dienst verloopen
was , werd de oudfte meid van kwaadheid ziek, —
zoo ziek, dat z'j verfcheidene weken in het bed
liggen moest, en de Geneesheer aan haar opko-
men twijfelde. Toen deed het beiden leed, dat
zij elkaar zoo gehaat, en het leven voor el-
kanderen zoo bitter hadden gemaakt.
: „ Ik zal welhaast fterven," zeide dc kranke
-eens op zekeren avond tot de .nndere. „ Ach!
• ■ „ ver-