Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
367 nijd, afgunst, enz.
die daar langs vloeide, en vingen er een paar
gouden torren, en op het grasveld daarnevens .
eenige. bonte kapelletjes. De tijd vloog hen
voorbij, zonder dat zij wisten, hoe.
Jasper zag hen met fcheele oogen aan, toen
zij wederom te huis kwamen. „ Gij zijt nijdige
„ jongens! " bromde hij, ,, gij hebt mij niet bij
„ u willen hebben. " Hoe zeer zij ook verze-
keren mogten, dat zl.i hem overal gezocht en ge-
roepen hadden; hij beweerde, dat dit zoo niet
was, en bleef misnoegd.
„ Willen wij kiekeboe fpelen, lieve jasper !"
zeiden de broeders na eenigen tijd. ,, Dat mag
„ ik wel lijden," andwoordde jasper , nog half
groinmig. „ Maar ik moet mij het eerde verfchui-
,, len, en dan moet gij mij zoeken." — „Ja,
„ ja, zeer geerne," andwoordde zij. Jasper
verfchool zich — zijne broeders zochten hem —
zij vonden hem achter den fchoorfteen. — „O,
„ daar zijt gij immers!" riepen zij, en lachten
daarom.
„ Nu," zeide JASPER tot zijne broeders, „ ik
,, wil mij nog eenmaal verfchuilen, dan zult gij
,, mij vast zoo fchielijk niot vinden." Zij waren
daar mede te vrede. Zij zocliten , en vonden
hem op nieuw in eene ledige kleorkas.
„ Nu moet jan zich verfchuilen," zeide ja-
kob. Jasper begon reeds wederom misnoegd te
wor->