Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
84 nijd, afgunst, enz.
„ mijn fchik, ais pf het mij zeiven wedervaren
,, ware. "
„ Maar mij verzoekt evenwel niemand," ver-
volgde kristoffel.
„ Als gij niet boos worden wilt," voegde
kristiaan hem toe, „ dan wil ik u wel zeggen ,
,, van waar dat komt. Gij kunt het doorgaands
„ met geene goede oogen aanzien, wanneer het
,, anderen welgaat, en wanneer hen iets goeds
wedervaart. Men leest het u reeds uit de
oogen, dat gij hen zulks niet gunt. Ziet gij,
dan verftoort gij de vreugde van anderen, zoo
wel als uwe eigene, en dan hebben de lieden

»»

„ U niet geerne bij zich."
XXXVI.
Vermaak in des anders leed.
„Nu nog een fprong!" riep de lustige
WAARTEN tot zijne fpeelmakkers, die met hem
buiten de ftad waren gegaan. De knapen had-
den over eene greppel gefprongen, en wilden
toen juist naar huis gaan. Maarten nam een
aanloop, Iprong, en viel in de greppel. Daarin
was wel geen water; doch maarten was op een
paar fteenen gevallen, en had zich den arm ver-
ftuikt, en de eene knie gekwetst.
„Ha!