Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
76 wreedheid.
hart klopte zoo ücrk, dat ik het aan mijne hand
voelen kon. Ik hield haar witbrood voor, m:"ar
zij roerde het niet aan.
Vader. Nu zie; wanneer de dieren fmart en
angst gevoelen, dan kunt gij u zeiven ligt zeg^
gen, of het een goed mensch zijn kan, die de
arme hulplooze fchepfels martelt?
Frederik. Maar onlangs zeide onze hanna,
dat de fpreeuwen , mollen , en zulke beesten,
ongedierte waren, die zoo veel fchade aanrigt-
ten, en daarom moesten worden verdelgd.
Vader. Ik weet niet, wat hanna met haar
ongedierte gemeend heeft. Ja dat heeft zij waar-
fcliijnhjk zelve niet geweten. Al veroorzaken
de dieren ons intusfchen ook eenige fchade, dan
mogen wij de fpreeuw toch dat paar kerfen cn
erwten wel gunnen, die zij.opvreet, en de mol
wel dat paar planten, dat hij vernielt. God wil
immers, dat die kleene dieren ook zuilen leven.
Daarenboven doen die dieren ons toch ook veel
init.
Frederik, Ei, vader! wat nut doen zij ons?
Vader. De fpreeuw vreet, met haar gezin,
fomwijlen in eene enkele week een paar dui^
zend rupfen. De mol verdelgt voor ons de wor-
men, en meer andere infekten, die onze plan-
ten befchadigcn; en zoo zijn vele zulke dieren
luittig voor ons.
Fre-