Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
68 gedienstige en VERPLIGTENDE, enz.
bergen? Hij wist, dat niemand hem lijden mogt,
en hij had het hart niet, om huisvesting bij ie-
mand te verzoeken. Daar ftond hij nu, bekom-
merd, en in diepe gedachten verzonken, voor
het afgebrandde huis, met zijne kinderen, zon-
der te weten, wat hij doen zou. Toen kwam
zijn buurman de lange , wien hij zoo dikwijls ^
op het bokachtigfte eiken kleenen dienst gewei-
gerd had, en zeide tot hem, terwijl hij hem bij
de hand nam: „ Hoor, Baas aalders ! Ik kan
„ aan u zien, dat gij niet weet, waarheen,
„ kom, mijn huis is voor ons beiden groot ge-
.„ noeg. Gij kunt boven wonen. Daar is een
„ ftookvertrek, en nog twee aardige kamertjes
„ daar bij , en een paar ledikanten kan ik u oot
5, leenen, tot dat gij uw huis wederom heb
„ doen opbouwen." — .,, O buurman!" riej
baas aalders, aangedaan, en bijkans fnikkende
„ dat heb ik niet verdiend, dat gij zoo goei
,,, zijt. Ik fchaam mij voor u, dat ik fteeds " -
„ Stil, ftil, daarvan!" viel hem de goede d
lange in de reden: ,, Gij zult nu reeds hebbe
.„ leeren inzien, dat wij allen elkanderen noodi
'„ hebben;" en daarmede bragt hij hem in zr
, huis.
de: