Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
46 wet-dadicheld,
wijf, en vooral zijne kinderen. Naauwlijks krc-»
gen dezen zoo veel, dat zij zich half zat eten
konden; en wanneer de buren hen niet fomwij-
len den buik gevuld hadden, zoo zouden zij ge-
noodzaakt zijn geweest, om heimlijk te bedelen.
Bijkans moesten zij naakt loopen, zoo armzalig
en gefcheurd, waren hunne kleederen: zij had-
den geene fchoenen, geene koufen, geen ordelijk
hemd, en geen heel rokje. O welk eene koude
moesten die arme kinderen in den winter lijden!
vooral daar meester pieterse niet eer begon te
ftoken, dan de koude zoo ftreng was , dat de
venfterglazen met ijs bekleed werden. Wanneer
zij dan klaagden, dat zij zoo veel koude leden,
zeide hij: ,, Gij kunt immers nog geen turf en
5, hout verdienen; " en wanneer zij hem om een
nieuw jak, borstrok, of ander kleedingslhik ba-
den, zoo andwoordde hij, dat zij nog goed ge-
kleed waren, en dat hen de pronkerij flechts in
het hoofd ftak.
Eenmaal hadden de kinderen van iemand een
dubbeltje ten gefchenke gekregen — daar voor
haalden zij zich bolletjes. O hoe heerlijk fmaak-
ten dezelven hen - maar hun vader betrapte hen
op het eten daarvan. Vol gramfchap haalde hij
zijnen grooten ftok, en floeg onbamihartig op de
kleenen toe. 5, Gij kwistziek geboefte!" riep
hij,