Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
30 WELDADIGHEID,
5, wij kunnen ook van een of twee gefegtert
5, verzadigd worden; en wij zullen alsdan zelfs
5, nog gezonder blijven, wanneer wij niet meer
„ zoo velerlei eten onder elkander binnenflaan. —
3, Ik heb fomwijlen des winters dure gastmalen
,, gegeven, die veel geld kostten — nu, dat
,, wil ik ook laten achterblijven. En de nieuwe
,5 klecderen, die ik tegen het nieuwe jaar wilde
5, doen maken, kunnen ook befpaard worden;
„ wij allen zijn immers nog vrij wel gekleed."
Dus liep de Heer goedmapj alles in zijne ge-
dachten door, wat er in zijn huis overtallig was.
Hij zeide aan zijne vrouw zyne gedachten, en
\Toeg, of zij er mede te vrede zou zijn, zoo
hij eene andere inrigting maakte. „ O, lieve
„ goedman!" zeide zij, ,, wie zou zich om
„ der armen wil niet geerne zulk eene befnoei-
,, jing laten welgevallen? De nood is immers
„ veel te groot. Wij zouden ons toch met
nog veel minder kunnen behelpen, zonder aan
„ eenig noodwendig ding gebrek te lijden."
De Heer goedman fchnftc den overvloed af —
meer dan twintig arme menfchen konden daar-
van onderhouden worden, die, met tranen van
blijde dankbaarheid, van hem gingen, zoo dik-
wijls hij hen hun weekgeld gaf, en hem duizend,
zegeningen toewenschten*
XI.