Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
GOEDHEID, E NZ. 295
goed te maken; en aan de koestering en ver-
kwikking 5 die zij op liaren ouden dag zoo noo-
dig had, was in het geheel niet te denken. Dik-
Avijls fleet de goede vrouw een geheelen dag en
nacht onder heete tranen ! Hoe hard was het
niet, dat zij, op haren ouden dag, nog gebrek
lijden moest, en misfchien zelfs zou moeten be-
delen.
,, Lieve doortje! " zeide vrouw rozendaal
tot hare meid, „ ik kan u niet langer houden —
5, zoek voor u een anderen dienst." — De ont-
roerde meid dacht , dat hare vrouw niet meer
met haar te vrede was. ,, Mijn God! vrouw
3, rozendaal!" andwoordde zij zeef verward,
„ waarom wilt gij mij toch verboten? Ik ben
5, immers zoo lang bij u geweest! " - „ Ver-
5, (toten? Ach, neen, goede doortje! — ik
4, kan u niet langer houden. Zie, nu ben ik
j, gansch arm ! Ik kan u geen brood cn loon
„ meer geven!" Zij verhaalde hierop hare droe-
vige omïhndigheden. „ O, als dat het is,"
zeide het brave meisje, ,, dan ga ik vast niet
„ van u af. — Ik begeer geen loon, en wij zul-
5, len er ons wel doorredden. "
Wat de goede vrouw ook zeggen mogt, door-
tje andwoordde : Neen, gij krijgt mij niet
voord. Gij zijt zoo kraiik eh zwaklijk. Wie
5, zal u dan oppasfen en koesteren, als ik niet
Ba bij