Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
I goedheid, ENZ. 9
i ziek mogen worden, moeten zij fomwijlen dan»
. fen; en wanneer zij flechts eenige onwilh'gheid
daartoe betoonen, worden zij n)et zweepflagen
; tot danfen gedwongen. Er ftaat altijd icmajul
j met eene zweep daarbij, om toe te zien. Ook
^ noodzaakt men hen tot zingen: maar wat kunnen
zij anders opdeunen dan klaagzangen?
j Daar die menfchen zoo digt op een gepakt
j zijn, daar men hen geen gezond voedfel geeft, en
de lucht in hunne hokken zoo verpest is, dat
4 men, vooral wanneer het weder zeer heet is,
.daarin bijkans ftikken moet, worden er zekerlijk
j zeer velen ziek, en bevrijdt de dood zeer velen
van alle verder lijden. De kranken moeten op
bloote houten britfen liggen, waar de geftadige
beweging van het fehip hen de huid cn zelfs het
vleesch, van den rug, de fchoilders, ellebogen,
en heupen, aflchuurt. Geene pleifliers baten hen
daartegen iets ter wereld. Voornaamlijk is de
roode loop onder hen zeer gemeen. Dan liggen
de arme mannen, vrouwen en kinderen in drek
en bloed, welk niet altijd opgeruimd worden kan,
fil dringt men ook nog zoo zeer aan op de noo-
dige reiniging. Eiken morgen vindt men eenige
dooden, cn onder de mannen dikwijls een doo-
den, cn een levenden, aan een gekluisterd. Ge-
meenlijk ftcrven er zoo velen, dat er flechts de
helft der flaven overblijft, wanneer een fchip xii-
A 5 nc