Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
WAAR, OF ONWAAR? 5
ligtte. Het ergde was intusfchen, dat hij een
grooten berg voor eene ftad geheel omvergewor-
pen had, om welken weder op te regten er veel
moeite werd vereischt.
19. Bij gelegenheid van een zwaren hongers-
nood namen de menfchen fteenen , en maalden
ze, en bakten lekker en gezond brood daarvan.
ao. Een raaf ontmoette een vetten hamel, en
voerde hem met zich in de lucht weg, om dien
roof op een boom te verflinden,
21. Een mensch zonder voeten liep op twee
houten beenen, die een moedwillige knaap hem
ontnam. Ijlings liep hij dien knaap achterna,
cn tuchtigde hem voor zijne baldadigheid.
22. Ongelukkig had iemand zijne beide han-
den verloren. Toen fchreef hij aan zijnen broe-
der , dat die toch bij hem komen, en hem on-
derfteunen mogt.
23. Zeker iemand had zulk een fcherp gebit,
dat hij in een harden keifteen , even als in een
Bppel, bijten kon, zoo dat men den indruk der
tanden kon zien.
24. Een vleeschhouwer van een kleen plaatsje
had zeer weinig aftrek van vleesch; daarom nam
hij voor , dat hij in h(?t vervolg telkens flechts
een halven os Aagten zou.
§5, Zeker mensch had geen §eld meer, om in