Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
verklaring v^if woorden- ^31
Gij betuigt, dat iets ^oe^ fmaalct, en gij zegtï
5, ,, Heden is het goed weder. " Gij verftaat

95
„ daaronder, wat u aangenaam is.
„ Maar gij zegt ook: „ Die pen \%goed, dat
„ ,, mes, enz." zoo haast gij het in zulker voe-
„ ge gebruiken kunt, als het gebruikt moet wor-
5, den. De pen is goed, als zij welfchrijft, het
„ mes, als het fcherp van fnede is. Die din-
„ gen zijn derhalve voor u bruikbaar. Men
„ zegt: ,, Een goed geneesmiddel, een goede wa-
„ „ gen, goed papier, enz.""
,, Gij zegt tot moeder, als gij haar om iets
„ bidt: ,, Moeder! wees zoo goed!" fomwijlen
„ zegt gij ook: ,, wees zoo goedertieren," en
„ dat is juist een en hetzelfde. — Iemand, die
„ jegens anderen zeer goedertieren, of goedhar-
„ tig is , noemt men een goed mensch. "
„ Gij handelt goed, als gij altijd doet, wat
„ uw pligt vordert, als gij vlijtig, opmerkzaam,
,, gehoorzaam, verdraagzaam, enz. zijt. Dan zeg
„ ik: ,, Gij zijt cm goede ]onge.n\" GoedisAzr-
„ halve het gene met onzen pligt ftrookt, en door
„ onze betrekkingen van ons gevorderd wordt."
Einde van het Eerfte Deel.