Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
VERKLARING V^if WOORDEN- ^31
„ komst van neef dan wel waarfchijnlijk achten?"
Karel. Neen, ik zou daaraan twijfelen.
Vader. Wat is dat te zeggen?
Karel. Ik zou denken, dat hij niet komen zou.
Vader. Zoudt gij dan eenigen grond daar
voor hebben? zoudt gij weten, waarom?
Karel. Oja, dat zijn zoon tot hem komen kon.
Vader. Wat zou derhalve waarfchijnlijker voor
u wezen, dat neef kwam, of het tegendeel daarvan?
Karel. Het tegendeel.
Vader. Waarin beftaat derhalve het twijfel-
flchtige?
Dit vond Karel ten laatfte, ,, wanneer het
„ tegendeel van iets waarfchijnlijk is, dan is het
„ twijfelachtig; of wanneer het mij waarfchijnlijk
„ wordt, en ik redenen heb, om aan te nemen,
,, dat het met iets niet in zulker voeger gele-
„ gen is, als voorgegeven wordt."
Hart. — Mijn Heer ernst wilde zijnen zoon
uit een voorbeeld aantoonen , hoe meenigerlei on-
derfcheidene dingen men, met een woord, aan-
duiden kon, of hoe meenigerlei de beteekenisfen
van een woord zijn konden. Karel had dit wel
reeds, uit eenigen der voorafgaande woorden,
[ eenigermate kunnen afnemen; maar zijn vaderwil-
het hem althands urt een woord nog duidlijker
I naken. „ Men moet fteeds op die omftandigheid
letten," zeide mijn Heef ernst , „ anders kan
57 men