Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
asö verklaring van woorden.
Vader. Kan ik vast weten, of neef komen zal?
Karel. Neen, dat kunt gij niet wel.
Vader. Zekerlijk niet, want meenigerlei hin-
dernisfen zouden hem terug kunnen houden. Hij
zou iets noodwendigs te doen kunnen hebben
gekregen, en hijzelf, zijne vrouw, of een zijner
kinderen, zouden ziek kunnen zijn geworden.
Derhalve kan ik niét zeggen: „ het is vast, of
„ het is waar," zoo als gij het uitdrukt, dat
neef heden komen zal. Maar het fchijntmij waar,
het is voor mij waarfchijnlijk, of ik heb meer re-
denen, om te denken, dat neef komen zal, dan
om het tegendeel te vermoeden. Hij heeft ons 'op
dezen tijd willen bezoeken. Gisteren was alles
nog gezond, zoo als hij mij fchreef. Onverhoed-
fche bezigheden van gewigt vallen niet ligt om
dezen tijd voor. Zeg mij dan, heb ik niet meer
redenen voor zijn komen dan voor zjn wegblijven?
Karel. Ja, gij hebt meer redenen voor zijn
komen.
. Vader. Nu, dat is juist zoo veel, als het is
waarfchijnlijk, dat neef komen zal. Zeg mij nu
zelf eens , waarin dat gene belhat, Ava^ men
waarfchijnlijkheid noemt?
Twijfelachtig. — ,, Maar wanneer wij vermoed-
„ den, dat neef heden ligtlijk een bezoek van
„ zijnen oudften zoon krijgen kon, die hem reeds
„ voor lang heeft willen bezoeken, zoudt gij de
„ komst