Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
verfelari'ng va?i woorden.
^ iiaam is, zult gij mij ook ligtlijk kunnen zeggen,
„ wzt onaangenaam IS fprak mijn Heer ernst.
Karel^ Het geen mij niet welggValt.
Vader. Regt zoo. Wanneer de kleeiie fre-
derik de viool neemt, die gij hem onlangs ge-
fchonken hebt, en met den ftrijkdok daarop zoo
hard krast, als hij kan, gevalt u dit wel?
Karel. Neen, het is mij onaangenaam.
Vader. Maar veroorzaakt dat krasfen ü dan
misfchien fmart?
Karel. Neen, fmart veroorzaakt het mij niet.
Vader. Wat veroorzaakt het u dan?
Karel wist het woord niet te noemen. Toen
Zeide zijn vader: „ Gij weet het regte woord
j, flechts niet te vinden. Ik zal het 'u zeggen.
„ Ongenoegen veroorzaakt het u. Wat is der-
„ halve onaangenaam?"
Karel. Het gene mij ongenoegen veroorzaakt.
Vader. Waarmede gevoelt gij dat?
Krrel. Met de zinnen.
Vader. Maar gij gevoelt het Vast niet terfl:ond?
Karel. Ja, ik gevoel het aanfl:onds, op het
oogenblik , onmiddellijk , zoo haast hij flechts
begint te krasfen.
Vader. En behoeft gij ü niet misfchien vooraf
daarover te bedenken, of het u ongenoegen ver-
Wekt, of onaangenaam is?
Karèl. O , dat heb ik in het gaheel niet
lióodig. Ik gevojl het immers.
Pa- Ni»