Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
verkt-aring Van wooreen.
, en met uw gevoel, waargenomen, en toe»
beviel u bet weder?
Karel. Ja wel.
Vader. Wat is u nu aangenaam?
Karel. Ei, het gene mij bevalt.
Vader. Ja, maar waardoor wordt' gij dan
ontwaar, diat het u bevalt?
Karel. Met de oogen; met het gev0cl.
Vader. Niet ook met het oor, met den neus,
met de tong?
Karel. O ja.
Vader. Kunt gij het mij niet, niet een woord,
zeggen ?
Karel. Met de zinnen.
Vader. Gij wordt dedialve met dc zinnen
ontwaar, wat u wcigevalt, en dat heet?
Karel- Aangenaam,
Thands kon karels vader hem ook eene uit-
drukking verklaren, welke dezelve, reeds eenige
malen gehoord had, de uitdrukking van een zin'
lijk mensch. Een mensch, die enkel dat gene
wil en wenscht, wat aan zijne zinnen welgevalt,
en wat dezelven hem als aangenaam voordellen^,
cn die dan ook daarnaar handelt. Een mensch ,
die zich blootlijk naar de aangenaame indrukken
rigt, welken hij, door zijne zinnen, van deze
of gene dingen ontvangt.
Onaangenaam. — „ Als gij Weeft, w'at aange-
3, naam