Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
j verklaring van woorden. 209
lijkheid ergens gelezen. Hij kon zich daaronder
niets voorftellen, en vroeg zijnen vader,
j Vader. Maken de dingen, die u omringen,
eenen indruk op u?
Karel. Ja, wij hebben het daarover immers
reeds eenmaal gehad.
Vader. Waardoor ontvangt gij dan dezen in-
druk? — Dat hebt gij vast wederom vergeten.
Wanneer gij niet zien , hooren, voelen, enz.
kondet, zoudt gij .... ?
Karel. Het komt mij reeds te binnen, va-
der! Door de zinnen ontvang ik den gezegden
indruk.
Vader. En verkrijgt gij alsdan ook geene
gewaarwordingen en voorftellingen van de din^
gen, of voorwerpen?
Karel. Ja.
Vader. Daarin beftaat nu juist de zinlijkheid.
Sij kunt, door de zinnen , indrukken van de
iiingen ontvangen , en daardoor worden voor-
\ tellingen in u verwekt.
Aangenaam. -- „ Vader!" zeide karel,
, zult gij heden niet een weinig met mij uit-
gaan; het is zulk aangenaam weder."
Vader. Van waar weet gij dat?
Karel. Ik zie het immers. Ik ben ook reeds
(.|aarbuiten in den tuin geweest.
Vader. Gij hebt het derhalve met uw ge-
I. deel. P zigt.