Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
j verklaring van woorden. 209
Karel. Zij zijn verdiclit.
Vader. Nu zie , wanneer gij u zulke ver-
dichte dingen voorfteldet, als of zij werklijk aan-
wezig waren, dan doet de verbeeldingskragt zulks
ook, en dan heeft zij een eigen naam, zij heet
inbeelding.
Nu verhaalde karels vader hem nog, hoe de
menfchen in ziekten dikwijls met inbeelding ge-
kweld waren, en dingen voor daadlijk aanwezig
hielden, die zij zich enkel voorflelden. Hij ge-
waagde van iemand, die zich zelven voor een
haan hield, en niets eten wilde, dan gerst, die
hij met den mond oppikte, en van een ander,
die vast geloofde, dat hij gansch en al van glas
was — verder, dat de inbeelding oorzaak was,
dat men fomwijlen zulke wonderlijke dingen
droomde. Hij bewees uit voorbeelden, dat men
zich de menfchen, en hunne lotgevallen en be-
drijven, en alle dingen in de wereld, gansch an-
ders verdichten kon , dan zij weAlijk zijn , en
dat de inbeelding dat alles deed. ,, Ik zou mij
„ kunnen verbeelden," zeide hij, ,, dat gij een
„ koopman of krijgsman waart, en rijkdommen,
„ geluk, cn eer, vondt, of veel ongeluk en el-
„ lende leedt, enz."
Zinlijkheid. - Kar^l had het woord zin-
tijk'