Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
j verklaring van woorden. 209
men zich al, wat daartoe behoort, het eene vóór,
het andere na, voorden geest brengt, maar men
kan zich die dingen niet zoo op eenmaal voor-
ftellen.
Nu verklaarde karels vader hem ook nog hoe
dit bijkwam. Hij toonde hem, dat dingen van
dien aard niet werklijk alleen voor zich beftaan-
de voor handen waren, maar dat men ze flechts
fteeds aan andere dingen vond. Men verbeeldde
ze zich intusfchen, als of zij, als werklijk op
Zich zelven beftaande dingen, aanwezig waren.
En daartoe moest men noodwendig voorden heb-
ben , daar men zich, iii tegendeel, een hond,
een vos , en alle werklijk op zich zelven beftaan-
de dingen, voorftellen kon, zonder daarbij een
ivoord noodig te hebben.
Herinnering, geheugen. —
Vader. Hebt gij wel wederom aan die kleene
gefchiedenis gedacht, die uw neef u, in den vo-
rigen winter, verhaalde?
' Karrl. Neen, ik heb, federt lang, daaraan
niet gedacht.
Vader. Maar gij weet ze echter nög.
Karel. o Ja.
Vader. Van waar weet gij ze dan?
Karel. Ik heb ze onthouden.
Vader. Gij hebt ze onthouden ! wat beduidt dat?
Ka-