Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
j verklaring van woorden. 209
tenflemde, eenerlei ware. Waarin beftond hier
dan uwe kennis ?
Karel. Daarin, dat ik Avist, waarin hij met
andere dingen overeenftemde.
Vader.. Denk nu eens na, waarin zal de ken-
nis beftaan? Gij weet gedeeltelijk het verfchil tus-
fchen den amandelboom, en andere dingen, deels
deszelfs overeenftemming met andere dingen, om
dat gij deszelfs eigenfchappen hebt opgemerkt.
Karel. Nu kan ik het wel uitbrengen. Ik
moet de eigenfchappen der dingen weten.
Vader. En -
Karel. En hoe zij met andere dingen overeen-
ftemmen, en daarvan verfchillen.
Vader. Maar wanneer gij een amandeldrank
gedronken hadt, en wist, dat. hij u verkoelde ,
dan wist gij, welke werking de vrucht van dien
boom op u doet? wanneer gij zaagt, dat hij op een
yochtigen grond, en in een fchaduwrijk oord,
flecht wies, maar regt goed op een droogen lig-
ten grond, en in de volle zon, dan zaagt gij,
hoe andere dingen op hem werkten. Zou dit
uwe kennis vau hem niet vermeerderen?
Karel. Ik moet derhalve ook weten, hoe hij
op andere dingen werkt, en hoe andere dingen
Op hem werken.
Vader. Gewislijk. Of gi^i moest weten, hoe
hij jegens andere dingen gefteid ware, en zich
O 4 be-