Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
\ verklaring van woorden. 188
Karel; Neen, dat geloof ik niet, zoodanig
iets kunnen zij vast niet ontwaar worden.
Vader. Kunt gij mij nu niet, met een paar
woorden, zeggen, wat de dieren niet ontwaar
worden kunnen?
Karel. (^Na eetiig bedenken.^ Zij worden niet
ontwaar, of iets fraai zij, dan niet.
Vader. Nu, wat al meer?
Karel. Of iets goed zij, dan kwaad;
Vader. Regt zoo. Nu ziet gij derhalve, dat
de mensch alleen die gewaarwordingen hebben
kan, en daarom noemt men ze menschlijke ge-
•waanvordingeni Hoe zoudt gij nu die genen
noemen, welken de dieren evenzeer kunnen heb-
ben, als de menfchen?
Karel. Dierlijke gewaanvordingen; nietwaar?
Vader. Regt zoo. Dus noemt men ze werk-
lijk. De menschlijke beftaan daarin, dat men
het fchoone, in voorkomende dingen , en het
deugdlijke, in handelingen en bedrijven, gevoe-
len kan. Maar waarin zouden dan de dierlijke
beftaan?
Karel. Dat kan ik niet raden.
Vader. Zal het dier ontwaar worden, of
het koud, dan warm, of het gezond, dan ziek»
hongerig, dan zat is?'
Karel. O ja, dat wordt het wel ontwaar.
Va.