Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
j verklaring van woorden. 209
waar worden. Gij wordt derlialve de dingen ge-
waar. Waardoor?
Karel. Door de zinnen.
Zijn vader toonde hem nu nog omdandiger uit
vele voorbeelden, hoe hij de kleur, de geflalte
der dingen, de warmte en koude, de vastheid en
weekheid der ligchamen, enz. door de zinnen ge-
waar werd. Nu voer zijn vader voord: „ Hoe
,, legt gij het toch aan, om die dingen gewaar
„ te worden?"
Karel. Dat weet ik niet, kunt gij het mij
zeggen ?
Vader. Niet duidlijk. Maar wanneer gij iets
gewaarworden ziilt, moeten dan de dingen, die
u omringen, geene werking op u doen? Bij
voorbeeld, als gij een fterk geluid hoort, kan
dat plaats grijpen, zonder dat het op uw gehoor
werke? Of wanneer gij proeft, dat de fuiker zoet
is, moet dat geene werking op uwen fmaakdoen?
Karel. Ik geloof, dat dit zoo is.
Vader. Nu deze werking, of deze verande-
ring, die de dingen in ons voordbrengeti, noemt
men ecu indruk, en, zoo haast gij denzelven
merkt, hoe noemt gij,dat dan? — Als gij merkt,
dat eene bloem ruikt, hoe noemt gij dat?
Kakel. Ik word dan reuk ontwaar.
Vader. Al, wie nu in liet geheel geene zin-
nen had, wie doof, blind, zonder reuk en fniaak
en