Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
202 verklag ing van woorden.
Vader. Kunt gij de kleuren van een bloem
ook zien, ook rieken, hoe dezelve, of eenige
fpijs, ruikt, proeven, of iets zuur dan zoet is?
Karel. O ja, dat kan ik zeer gemaklijk.
Vader. Maar waarmede doet gij zulks dan?
Karel. Waarmee — wel, met het oog zie ik.
Met het oor hoor ik. Met de tong , en met het
gehemelte proef ik. Met den neus riek ik.
Vader. Gij hebt derhalve gezigt, gehoor,
fmaak, reuk, en ook gevoel. Zie dat zijn juist
de zinnen. Maar gij zult ze nog beter leeren
kennen, als gij u te binnen brengen wilt, waar-
toe zij u dienen. Indien gij geene zinnen hadt,
zouden vele dingen u dan niet onbekend blijven?
Karel. Vader ! ik weet het niet.
Vader. Zoudt gij de kleuren der bloemen
wel kennen, zoo gij niet zien kondet? Of zoo
gij niet rieken kondet, zoudt gij dan den ver-
fchillenden reuk der bloemen kennen? Of wan-
neer gij eens geen fmaak hadt, zoudt gij weten,
wat zoet of zuur was? Of wanneer gij niet hoor-
det, zoudt gij den toon van een orgel, of eene.
klok, kennen?
Karel. Neen , dat zou ik niet.
Vader. Nu, waartoe dienen u derhalve uwe
zinnen ?
Karel. Ik leer de dingen daardoor kennen.
Vader. Eigenlijk noemt men dat flechts ge-
■vviia]