Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
j verklaring van woorden. 209
55 maar het is ook dikwijls even veel, als dat
,, gene, 'ivaarom, of uit hoofde waarvan, iets
,5 gefqhiedt, waarom men iets doet, verdraagt,
5, of nalaat. Ik neem thands een fteen in de
,, hand. Als gij mij nu vroegt, waarom ik dien
„ fteen neem ? - dan is dit evenveel, als of gij
„ vroegt: „ welke redenen hebt gij daarvoor?"
,, wanneer ik u vraag; ,, pm welke oorzaak
5, 5, fchrijft gij heden niet?" en gij andwoordt:
„ „ ik heb een ongemak aan de hand," dan
„ ken, of vyeet ik de oorzaak, waarom gij niet
,, fchrijft. Zulke oorzaken heten ook redenen.
„ Wanneer men derhalve vraagt, waarom iets
„ op deze of die wijze geftcid is, of gefchiedt,
,, dan wil men de rede weten, waaruit men in-
„ ziet, \üt hoofde waarvan iets gefchiedt."
Zinnen, gewaarworden, —
Karel. Zoo even lees ik in dit boek: de
mensch heeft vijf zinnen. Welke dingen zijn toch
die zinnen?
Vader, Hoort gij wel, dat de klok thands
luidt? ^
Karel. Ja, dat hoor ik zeer wel.
Vader. Waarmede hoort gij dan toch?
Karel. Met mijn oor.
Vadjer. Voelt gij het, dat ik u thands druk?
Kariïl. Dat vo,el ik zeer wel.
N 5 Va.