Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
ipo verklaring van woorden*
zmndheid van beraad, zoo als men de afwezig-
heid van geest ook gedachteloosheid noemt.
Arbeid. -- „ Wat is toch arbeid?" -
Als ik iets doe," zeide karel. „ Doet gij
5, iets, als gij kaatst? Doet uwe zuster iets,
„ als zij hare poppen uit- en aankleedt --
Ja, ik doe dan wel iets," zeide karel,
5, maar toch niets wezenlijks. Ik doe dan flechts
„ uit tijdverdrijf, het geen ik doe." — „ Gij
„ wilt pggen, dat gij geen bijzonder gewigtig
„ oogmerk daarbij hadt. Gij wilt u flechts ver-
,, maken, als gij zulke dingen doet." — „Ja,"
fprak karel, „ zoo meende ik het." — „ Dus
„ ziet gij,'^ vervolgde zijn vader, „ dat al,
„ waarbij men iets doet, juist geen arbeid is.
„ Maar als gij u nederzet, en voor mij affchrij-
„ ven wilt, wat gij, gedurende den dag, nut-
„ tigs gehoord, gelezen, en gedaan hebt, en
5, dit valt u zuur; gij kunt u dit en dat niet
„ aanfl:onds voor den geest brengen; gij weet
„ niet, met welke woorden gij het uitdrukken
„'wilt, is dat arbeid?" — ,, Dat denk ik,"
zeide karel; ,, derhalve is het arbeid, als iets
„ mij zuur valt." — „ Dat is flechts ten deele
„ waarachtig," zeide mijn Heer ernst; „ want,
als gij kaatst, valt het u ook dikwijls zuur,
„ den