Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
j VERKLARING VAN WOORDEN. 209
KAREL, 5, toen iiw neef u bad, om hem een vati
5, uwe itukjes op het klavier voor te fpelen?
„ Gij waart immers niet bcürhaamd, toen hij u
5, raar eenige Franfche en Latijnfche woorden
p, vroeg," — „ Dat weet ik zelf niet, waarom
ik mij eigenlijk fchaamde, " zeide karel,
„ vreesdet gij misfchien, van uwen neef uitge-^
lagchen te worden, en hem een zeer gering
denkbeeld van uwe bekwaamheid te geven? " —
3, Ach, ja!" zeide karel; „ Dat was het m
„ genoeg." -- „ Nu, d.an zult gij mij thands
ook kunnen zeggen , wat eigenlijk fchaamte
„ iSt" - „ Is het misfchien eene vrees, om
3, bij anderen belachlijk, of zelfs veracht, te
,, worden?" zeide karel, na eenige oogenbük-
,, ken bedenken^-
Beleedtging, - „ Beleedigen — wat is dat
„ toch?" vroeg mijn Heer ernst. „ O, dat
„ kan ik u gemaklijk zeggen," viel icarel hem
in dc rede. ,, Als iemand mij iets onaangenaams
„ toevoegt, danbelccdigt hij mij." — „ Zoo,"
zeide mijn Heer ernst, ,, wanneer derhalve
„ uwe moeder u beftraft, om dat gij uwe klce-^
„ deren achtloos bemorst, dan beleedigt zij u?
g, Niet? Die beftraHing is u immers vast niet
aangenaam?" — „ Vader! Ik weet het niet,"
iicide karel toen, ,, maar ik meende het te
„ we-