Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
j VERKLARING VAN WOORDEN. 209
„ den Vorst, geandwoord had, zou dat vrijmoe-
„ digheid zijn geweest?" - „ Dat zou ik
niet denlcen, vader! want voor dien burger
had hij niet behoeven te vreezen." — „ Nu,"
zeide zijn vader, „ is het dan wel vrijmoedig-
,, heid, wanneer ik menfchen, die zoo voor-
5,. naam en aanzienlijk niet zijn, als ik, vrij uit
zeg, wat zij noodig hebben te weten, al is
5, hen zulks ook misfchien onaangenaam?" --
„ Neen! maar wanneer gij het aan voornamer
„ perfoncn zegt," andwoordde karel.
Vader. Maar wanneer gij nu, aan voorname
en aanzienlijke lieden, evenzeer, als aan gerin-
ger menfchen, iets onaangenaams vrij uit zegt,
maar zulks enkel doet , om hen daarmede te
grieven, en hen leed aan te doen, zoudt ^j dat
wel vrijmoedigheid noemen ? •
Karel. O neen! Maar hoe heet dat dan?
Vader. Bitterheid^ en, wanneer het op eene
Rccr ongepaste wijze, tegen de regelen der wel-
^oegfiikheid, die welgemanierde lieden volgen,
gezegd wierti, dan zou het tevens hoküchtigheid
mogen heten. — „ Het moeten over het geheel,"
voegde karels vader nog'daarbij, „ dingen van
p, eenig gcwigt zijn, als het vrijmoedigheid zijn
„ zal, dat men ze zegt."
KoeU — 99 Wat hebt gij toch met.adolp to
M 4 39 doen