Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
j verklaring van woorden. 209
;„ woons, het komt u zondcrlmg voor, gij weet
;,, niet, waarom ik ledig ben? 'Niet waar? Dat
'„ wildet gij misfchien zeggen?"
J Dit beandvvoordde karel met ja.
I „ Maar wanneer gij thands van eene ongemecit
, groote en edele handeling van een mensch
, hoort; bij voorbeeld; dat een mensch zich
, midden in een brandend huis, ondanks alle
, klaarblijklijk levensgevaar , begeven , en een
, kind gered hebbe, welk anders zou verbrand
zijn ; niet waar ? dan zoudt gij eene groote
hoogachting voor zulk een mensch gevoelen?
,, Zulk eene fchoone daad kost veel moeds ,
„ en is vast alle dagen niet te vinden
zoudt gij zeggen. — Zie, dan zoudt gij zulk
een mensch bewonderen."
Vleijerij. - „ Ik heb eenmaal," verhaalde
ijn Heer ernst , „ een mensch gekend, die
bij eenen Heer in dienst was, wien bijkans
een iegelijk, uit hoofde van zijne Hechte ze-
den, en van zijn boos hart, verfoeide. Hij
was lui, vuil, nijdig, listig, cn valsch, en
waar hij kon, beleedigde hij andere menfchen
geern , en deed hen onregt. Niemand had
geern iets met hem te doen. Maar zijn ge-
zegde dienaar kon heel wel met hem te regt
geraken. Al, wat zijn Heer deed, prees en
DEEL. M jj be-