Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
j verklaring van woorden. 209
vader, geene uitfpraak doen. Het onderfcheid
fchecn hem zoo duidlijk, en evenwel wist hy
het niet op te geven.
„ Als SULTAN," zeide zijn vader, „ al, wat
„ hem voorgezet wordt, opvreet, zonder veel
5, daarop te letten, of het vleesch, dan foep,
„ of brood, is, en bijkans nooit genoeg heeft,
„ dan zult gij hem vast niet lekker noemen. Als,
,, in tegendeel, de kater, al heeft hij ook nog
„ zoo veel voor zich, evenwel niets aanroert,
„ om dat het hem niet aangenaam en fmaaklijk
„ genoeg is, of zich, uit een gansch bord vol,
5, de beste brokjes uitzoekt, zult gy vast niet
5, zeggen dat hij gulzig is."
Nu was KAREL er volkomen achter,
Ee^vonderen^ ver^vonderen^ — ^^^ be'wonder
,, u heden, lieffte vader!" zeide karel, op
zekeren morgen, „ dat gij daar zoo ledig zit,
5, daar gij u anders terftond aan uwe werktafel
begeeft." ,, Mijn zoon! gij verwondert u
,, flechts," andwoordde mijn Heer ernst.
Karel merkte wel dat zijn vader regt had, en
dat iemand bewonderen vast iets ani«rs ware,
dan zich ver'w onder en.
„ Waarom verwondert gij u daarover, dat ik
„ ledig zit? Niet waar? om dat gij het zoo zel-
„ den van mij ziet. Het is voor u iets onge-
3, woons.