Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
\ VERKLARING VAN WOORDEN. 176
„ vers en meeren.-Maar nu, karel! waarin
„ is liet onderfcheid gelegen?" karel vond
hetzelve welhaast. Hij dacht daaraan, dat de
rivieren fteeds voordliepen, maar de meeren en
vijvers ftilftonden. - Waarin is derhalve het
onderfcheid gelegen?
Karel werd verder gevraagd: „ Waarin zijn
intusfchen beken, rivieren, en ftroomcn, on-
5, derfcheiden?" - „ Het zijn alle drie ftroo-
5, mende waters," zeide hij. Hij bedacht zich
dan, en merkte welhaast, dat het onderfcheid
in de grootte gelegen wezen .moest. Hij had
eens met zijnen vader eene kleene reis gedaan,
en herinnerde zich, hoe kleen de loopende wa-
ters waren, die de menfchen beken noemden, en
dat er flechts kleene bruggetjes over lagen. Daar
en tegen waren de rivieren grooter, cn men had
groote bruggen daarover gelegd , of men voer
met ponten daarover. En de breedfte van alle
rivieren, w^aarop zelfs eenige groote fchepen heen
en weder zeilden, hadden de menfchen eenßroom
genoemd.
Poel^ vijver^ meer. - Het onderfcheid tus-
fchen een poel^ vijver^ en meer^ vond karel
ligtlijk. Het was juist zomer, en het water,
dat er voorheen op eenige lage plekken had ge-
ftaan, was voor lang opgedroogd; maar, in de
vij-