Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
\ verklaring van woorden. 172
Gemecnfchaplijk. — „ Lustig, karel! Iets
„ gemaklijks," riep mijn Heer ernst; „ wat
,, beteekent het woord Karel
bedacht zich intusfchen vooraf daarop, hoe hij
het regt duidlijk uitdrukken zou. Zijn vader haal-
de een' appel, en zeide: „ Dezen appel fchenk
5, ik aan u, aan frederik, en aan lotje. Aan
3, wie behoort hij nu toe?"
Karel. Aan ons alle drie.
Vader. Regt zoo; gij hebt hem dan alle
drie?
Karel. Gemeenfchaplijk hebben wij hem!
Aha! Dat derhalve aan verfcheidene perfonen ge-
lijklijk toebehoort, dat is gemeenfchaplijk. —
5, Of waaraan verfcheidene perfonen aandeel heb-'
5, ben," voegde zijn vader daarbij.
Leerzaam. — Mijn Heer kamp , een goede be-
kende van mijn Heer ernst, verhaalde, dat hij
zich een jongen hond had gekocht, welken hij
zeer roemde. „ Het is een zeer leerzaam dier,"
zeide hij onder anderen. Karel, die dat woord
niet regt vcrflond, bad zijnen vader om deszelfs
verkhu-ing. Daarop was het:
Vader. Herinnert gij u wel, wat mijn Heer
kamp aan zijnen hond prees?
Karel. O ja; de hond leerde de kunstdukken
zeer ligt^ waar toe men hem opleidde ^ en kwam
heel