Boekgegevens
Titel: Drie schuitpraatjes
Serie: Stukken van onderscheidenen aard, 7 : 6
Auteur: Loosjes, Adriaan Pietersz
Uitgave: Amsterdam: Cornelis de Vries, Hendrik van Munster en zoon en Johannes van der Hey, 1814
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Opmerking: Bevat: I. Over het vloeken ; II. Over het bangmaken der kinderen ; III. Over het liegen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 437 : 7 : 6
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206172
Onderwerp: Filosofie: ethiek (filosofie)
Trefwoord: Ethiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Drie schuitpraatjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 3+ )
zie, want het zweet breekt me uir. Ik heb nooit vm
men leven gedocht , dat er zoo veel van een leugentje
om best wil ^ en wat niet al voor leugens tiii;er, te
zeggen was. En zie zoo ben ik nitt, fchoon ik er
menig een flous onder laat loopeii, of ik wil wel be-
kennen, dat, als ik het altijd zoo had ingezien, als
non, ik er wel wat meer op gepast zou hebben. Ik
voel het, Menheer heeft gelijk; maar hoe kom ik
er van of marretje?
pt Heer. Gemakkelijker dan gij denkt, vrind! als
gij van dit oogenblik af voorneemt, om te zorgen, dat
gij u niet meer aan leugens fchuldig maakt, dan zal
het, weldra gaan; en, zoo het dan nog al nu en dan
gebeurt (want uien wordt in eens geen Heilige) als gij
dan telkens maar weer voorneemt om meer en n.eer
op te pasfen, dan zult gij, eer dat een jaat voorbg
is, wel wat vordering gewaar worden : en gij zult
zien, hoe meer gij er op let, dat de leugen al haielij-
ker en hatelijker in uwe oogen wordt; en gij zult het
eindelijk wel beet krijgen , al dat liegen na te Iten , be-
grijpende, dat het toch op bedriegen van den naasten
uitloopt; en gij zult u, misfchien jaren na dezen dag,
rng met genoegen te binnen brengen, dat gij van de
Nieuwerfluis naar Utrecht gevaren zijt.
Klaas. Hoe dat wezen mag. Menheer! ik be-
dank je althans voor je lesfen , en beloof je mijn best
te zullen doen, om zë na te komen. — Daar zi)U wij'
aan de Roobrug.
Nu nam het gezelfchap affcheid van elkander, en het
grootfte gedeelte der Pasfagiers verliet de fchuk, met
een zeker genoegen over het toevallige en leerzame
onderhoud , dat een gedeelte van den langen rijd op
eene niet onaangename wijze gekort, en onderrïiitingcn ,
had medegedeeld^ onder anderen, omtrent de dikwijls
zoo loszinnig gebezigde uitvlugt: Een leugentje om best-
vil is geen zonde.