Boekgegevens
Titel: Drie schuitpraatjes
Serie: Stukken van onderscheidenen aard, 7 : 6
Auteur: Loosjes, Adriaan Pietersz
Uitgave: Amsterdam: Cornelis de Vries, Hendrik van Munster en zoon en Johannes van der Hey, 1814
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Opmerking: Bevat: I. Over het vloeken ; II. Over het bangmaken der kinderen ; III. Over het liegen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 437 : 7 : 6
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206172
Onderwerp: Filosofie: ethiek (filosofie)
Trefwoord: Ethiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Drie schuitpraatjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 31 )
Zoo is het lestent met de huishoudfler en de meid van
onzen goeijen Heer f astoor ook nog gegaan. Zie, ik
was nog maar loopmeisje, en mogt niet mee doen;
o! als de Pastoor zijn hielen maar gellgt had, dan gin-
gen zij aan het frikkeferen, je leven zoo niet. Aan-
ftonds moesten er gtbakjes wezen, en uit de kelder
moest de beste wijn voor haar en haar kernuiten ge-
fchonken worden. De Heer Pastoor klaagde wel, dat
er zoo veel over fchijven ging: dat de boter zoo gaauw
op was; enz. dan gaf men dit, dan dat, de fchuld, tot de
arme poes toe, die zeiden ze, dat ze in het bottervat
getrappcerd hadden. Er was een lat van het wijurelc
gebroken, en al de flesfchen aan gruifementen gtvallen
— en dergelijke blaauwblommetjes meer. Mijn goeje;
brave Moeder, die fchoohmaakfter bij den Pastoor was,
moest er ook onder lijën; want die gaven ze ook van
het een en ander de fchuld. Ze zaten dan ook dik-
wijls deerlijk in het naauw, en ik heb ze ook wel
hooren «eggen : Een leugentje om best ml is geen
zonde. Maar hoe is het uitgekomen ? De Pastoor ging
weer een zieke bezoeken, en men was weier lustig aaii
het fchranfen en drinken: en daar hïj toevallig een rij-
tuig had aangetrnfTeu, kwam hij ruim twee uren vroe-
ger te huis, dan zij hem op zijn vroegst verwacht hadw
den, en daar vond ze de Pastoor toen in volle gloriej
maar toen was de klucht ook uit: het was uit met al
het liegen en bedriegen, en eer de klok tien uren was
moesten de huishoudfler en de meid de deur uit, en
mijn oude moeder, die zij zoo belogen en belasterd
hadden, werd nog door den tuinknecht van den Pas-
toor gehaald, om, tot dat de Pastoor weer op zijn
flag was, het huis op te houen.
De Heer. Ja, kind! in uw verhaal van eene een-
voudige Historie , hebt gij de Historie van honderde
Leugenaars en Lèugenaresfen verteld. En dat zwart
maken van den naam van uw moeder', ja dat is ook
juist een trek van de Leugenaars. Dikwijls zijn zij
niet te vreden met de menfchen hun goed langs den
eenen of anderen zijdelingfchen weg af te pollen, maar
200 zij niet anders tot hun doel kunnen komen , dan
vinden ze geen zwarigheid, om een onbefproken mensch,
die hun In den weg ftaat, een kladde op den hals te
werpen : en dan noemt men zulke Leugenaars laste-
raars; maar de naam doet niets tot de zaak. Liegen,
de