Boekgegevens
Titel: Drie schuitpraatjes
Serie: Stukken van onderscheidenen aard, 7 : 6
Auteur: Loosjes, Adriaan Pietersz
Uitgave: Amsterdam: Cornelis de Vries, Hendrik van Munster en zoon en Johannes van der Hey, 1814
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Opmerking: Bevat: I. Over het vloeken ; II. Over het bangmaken der kinderen ; III. Over het liegen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 437 : 7 : 6
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206172
Onderwerp: Filosofie: ethiek (filosofie)
Trefwoord: Ethiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Drie schuitpraatjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 30 :>
canuw neemt, wat wordt er dan niet veel gelogen. Ëf
Wordt nooit een koe of een paard verkocht, of men
zwetst en liegt er bij, dat het een aard heeft; maar
wij weten, dat dat zoo hoort, en ieder doet dat op
zijn beurt, en er wordt niemand bedrogen, want ieder
ziet voor zijnzelven toe. Een enkele onnozele of nieu-
weling moet fomtijds het gelach beialen.
De'Heer. En die wordt dau toch bedrogen, en
door de leugens, die hem op de mouw gefpeld wor-
den , is hij het kind van de rekening, en de verkoo«
per naait er zijn naatje bij. Zeg maar eens, zoudt gi]
wel gaarne zoo worden beet genomen.
Klaas. Wel neen ik. Menheer! ik zou dan zeg-
gen , als ik bedrogen was , dat de kerel, die het ge-
daen had, een fchurk was.
De Heer. En de mau was immers maar een leuge-
naar? Het was, zoo als ftraks bij u, een leugentje om
best tvil, of, dat beter klinken zou, om zijn zelfs wü.
Daarenboven is het liegen in mijn oog een bewijs van
gebrek aan moed; de meeste kinderen beginnen te lie-
gen, uit vrees voor (traf, en volwasfenen gaan daar-
mede voort, om de ftraf of een gevreesd kwaad te ont-
duiken. Maar het gevolg, zoowel bij kinderen als vol-
wassenen, is meestal, dat zij zoodanig in hunne eigen
leugtns verward raken, dat alles op een bons uitbreekt
en cian (laan de leugenaars, oud of jong, met befchaam-
de kake i. — Niets, derhalve, is gevaarlijker, dan dat ou-
ders hunne kinderen met Itraf bedreigen , voor eenig
kwaaa, hetwelke zij vermoeden, dat door de kinderen
bedreven is : ingevalle zij dit vermeenen te moeten ftraf-
fen, dan behooren zij hetzelve te onderzoeken, en te
beginnen met de kinderen de waarheid voor te houden ,
want, het fpreekt immers van zelf, dat een kind, we-
tende dat het geftraft zal worden, zich zelve niet zal
befchuLiigen. Vetl heter is het, voor eene eerste keer,
wanneer een kind zijn misdag beleidt, hem dezelve, als
eene belooning voor zijne waarheidsliefde,te vergeven,
met waarfchuwing, dat dit Hechts voor eens is, en dat
de ftraf dubael zal zijn , wanneer hij onwaarheid, bij
zijn misdag voegt.
Marretje. Ja, Menheer! Ik denk altijd aan bet
fchoolrijmpje :
Al is de leugen nog zoo Giel,
De waarheid achterhaalt ze wel.
Zoo