Boekgegevens
Titel: Drie schuitpraatjes
Serie: Stukken van onderscheidenen aard, 7 : 6
Auteur: Loosjes, Adriaan Pietersz
Uitgave: Amsterdam: Cornelis de Vries, Hendrik van Munster en zoon en Johannes van der Hey, 1814
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Opmerking: Bevat: I. Over het vloeken ; II. Over het bangmaken der kinderen ; III. Over het liegen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 437 : 7 : 6
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206172
Onderwerp: Filosofie: ethiek (filosofie)
Trefwoord: Ethiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Drie schuitpraatjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 29 )
of het voor den Schipperknecht gemaakt zou hebben,
dat gij hem, door een zoogenaamd leugentje om best
wil, dc hem regtmatig toekomende vrachtpenriingen ont-
hield, of dat gij hem, door eene handige kunstgreep,
zoo ais de zakkerolders doen, die dieven van handwerk
zijn, dezelfde fom uitzijn zak had weten te ligten. Althans
voor u had het hetzelfde geweest; gij zoudt voor dat
geld, dat u niet toekwam, een kan bier hebben kun-
nen drinken , en de Schipper zou ook minder bezeten
hebben in beide gevallen. Het komt, naar mijne ge-
dachten, hierop uit, dat de meeste zoogenaamde leu-
gentjes om best wil, .wel degelijk zonde zyn, omdat
men die meestal gebruikt, of om flordige eigenbaat te
bedekken , of om zijne fouten cn ftreken te beman-
telen, of zich op de eene of andere wijze te verrij-
ken.
Jufv, Stijntje. Maar, Mijnheer! zondt gij dan
van gedachten zijn , dat men altijd de waarheid zoo
vlak, zoo plomp verloren fpreken moet? Het kan wel
eens een heel goed gevolg hebben, dat men zoo eeu
achterdeurtje open houdt.
De Heer. Ilc heb het, Mejufvrouw! geheel niet op
eenige foorten van achterdeurtjes. Ik heb liefst dat
hij, die mij te fpreken heeft, maar de voordeur inkomt.
Ik weet wel, dat er zoogenaamde godvrezende lieden
gevonden worden, die er niet vreemd van zijn , om
door een vroom leugentje zich in de Ililligheii te be-
voordeelen : maar van nabij befchouwd zijn het de
regte vromen niet; en hare onwaarheden, fchoon wat
fijner ingekleed, komen er alleen op neder, om zich-
zelven te bevoordeelen. Ik denk eveneens over alle
zoogenaamde ftréken en zetten , of welke namen meu
aan vergoelijkte leugens geeft. Maar het is iets an-
ders , mee de waarheid te koop te loopen; dezelve on-
gezouten en lomp, van pas of niet te pas komende,
te fpreken. Het is zelfs zeer geoorloofd om,als men er
niet naar gevraagd wordt, in vele gevallen te zwijgen.
M^in behoeft ook geheel niet zijne eigen feilen en ge-
breken, ongevergd, aan den dag te leggen: maar hij,
die de waarheid, uit beginfels van eigenbelang , te kort
doet, is, naar mijn gevoelen, in dit geval, een leuge-
naar ; althans hij maakt zich fchuldig aan de misdaad
van liegen.
Klaas. Maar mijn lieve Menheer! als je dat zoo
naauw