Boekgegevens
Titel: Drie schuitpraatjes
Serie: Stukken van onderscheidenen aard, 7 : 6
Auteur: Loosjes, Adriaan Pietersz
Uitgave: Amsterdam: Cornelis de Vries, Hendrik van Munster en zoon en Johannes van der Hey, 1814
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Opmerking: Bevat: I. Over het vloeken ; II. Over het bangmaken der kinderen ; III. Over het liegen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 437 : 7 : 6
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206172
Onderwerp: Filosofie: ethiek (filosofie)
Trefwoord: Ethiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Drie schuitpraatjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 27 )
betalen , neen , zoo niet — dat lijkent er niet na. —
En diergelijke praatjes meer.
De Schippersknecht maakte aan dit verfchil fpoedig
een einde, door eenige der nog wakker zijnde Pasfa-
giers , en onder dezen den Heer en Jufvrouw
stijntje tot getuigen te nemen. En het duurde ook
niet lang, of de Boerenknaap ftak zijn hand in de zak
en telde hem de vracht toe, seagende: Houd den mond
maar: daar is de vracht, kerelf gij kent ook geen gek-
iteken verftaan.
Nadat de Schippersknecht vertrokken was, ging de
Boerenknecht voort, en zeide tegen het meisje: mar-
ketje! iviarrbtje! jij bent een dom fchaap van
een meid, en je zelt nooit rijk worden. Wat heb je
er nou aan gehad, om niet alleen je zelve, maar ook
mijn te heklappen, je had je geld in je zak kunnen
houden, en te Utrecht gekomen, digt bij de Ntu, er
allerbeste Theerantjes voor kunnen koopen, en i» zou
een kan best hier er voor gekocht, en die op de ge-
zondheid vin den Schipper hebben uitgedronken.
M arretje. Foei , klaas! je zoudt Je ziel dan om
zulk eene kleinigheid bezondigen.
Klaas. Tut tut! mijn Peetoom heeft me geleerd.-
Een leugentje om best wil is geen zonde.
De Heer, die zijn boek een oogenblik had neergelegd,
toen de Schippersknecht hem mede gevraagd had, of
die Boerenknaap van het begin af had medegevaren, nam.
nu de vrijheid om aan te merken Jongman ! ik heb
UAf* Peetoom niet gekend, maar als hij u geen beter
lesfen heeft gegeven , dan die, dan was het te wenfehen,
dat hij er u nooit een gegeven had.
Klaas. Hij had er nog wel anderen. Menheer!
zoo als: hebben is hebben, maar krijgen is de kunst* Bak
me koekjes na mijn dood^ en zoo al voort.
De Heer. Hij zal waarfchijnelijk een zeer goedaar-
dig en goed armsch mensch geweest zijn.
Klaas. Neen, dat kan ik hem juist niet nageven.
Hij was zoo vriendelijk als de deur van het rasphuis,
en had om den hoek van zijn deur een dikken kneppel
ilaan, om de bedelaars van zijn deur te jagen: en toen
hij dood was, zouden al zijn nichten en neven wel van
blijdfchap met klompen op zijne kist hebben willen
danfen; maar wij waren bang, dat de oude knorrepot
weer wakker of levendig zou geworden zijn.
De