Boekgegevens
Titel: Drie schuitpraatjes
Serie: Stukken van onderscheidenen aard, 7 : 6
Auteur: Loosjes, Adriaan Pietersz
Uitgave: Amsterdam: Cornelis de Vries, Hendrik van Munster en zoon en Johannes van der Hey, 1814
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Opmerking: Bevat: I. Over het vloeken ; II. Over het bangmaken der kinderen ; III. Over het liegen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 437 : 7 : 6
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206172
Onderwerp: Filosofie: ethiek (filosofie)
Trefwoord: Ethiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Drie schuitpraatjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
EEN LEUGENTJE OM BESTWIL
IS GEEN ZONDE,
O F
HET LIEGEN.
DERDE SCHUITPRAATJE.
N
adat de Pasfagiers eene kleine poos aan deNieuwer-
lluis, in de Herberg, vertoefd hadden, maakte ieder weer
zijne plaats te krijgen. Met een Boerengast en een
mtisje, die in de Loosdregten te huis behoorden, was
het gezelfchap vermeerderd. Reeds had de fchuit een
tamelijk lange poos aan de lijn geweest, en verfcheidene
hunner namen weder hunne toevlugt tot de flaap, om
het vervelende van de langwijlige reis te verkorten.
Jufvrouw stijn tje zat een Heekje te breijen. De
oude Heer ging nu ook wat zitten lezen, gelijk de
lieer ♦♦♦ z\]n boek weder opgenomen had. Dit flil too-
neeltje duurde zoo lang, totdat de Schippersknecht
binnen kwam, en vroeg, of er ook iemand aan de
INieuwerfluis in de fchuit gekomen was , die nog vracht
fchuldig was?
Geen mensch, riep de Boerengast — geen niensch!
Maar het meisje riep: ja wel. Schipper! kom jij hier
maar — ik heb de vracht al afgepast.
|ij bent een eerlijk meisje, zei de Schippersknecht;
jij "bent er een uit duizend.
Het Meisje. Dat weet ik juist niet. Schipper!
maar ik geef graag aan iedereen wat hem toekomt.
Ja! — C^n hier keek zij den Boerengast aan, die den
Schippersknecht had zoeken te misleiden) — ja ! ik
kan haast niet lijen, dat men iemand, mijns wetens,
moedwiUig te kort doet.
De Schippersknecht kreeg door dit gezegde erg, en
metéén den jongen knaap in het oog, en zeide :
Boertje! jij bent ook te Nieuvverfluis in de fchuit geko-
men , en mij dus nog vracht fchuldig.
De Boe renknecht. Ik, Schipper! wel hoe komt
het je in de gedachten. Ik bin te Amjl('rdam aan de
Beerbjjt er al ingekomen, en ik zou nou weer vracht
be.