Boekgegevens
Titel: Drie schuitpraatjes
Serie: Stukken van onderscheidenen aard, 7 : 6
Auteur: Loosjes, Adriaan Pietersz
Uitgave: Amsterdam: Cornelis de Vries, Hendrik van Munster en zoon en Johannes van der Hey, 1814
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Opmerking: Bevat: I. Over het vloeken ; II. Over het bangmaken der kinderen ; III. Over het liegen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 437 : 7 : 6
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206172
Onderwerp: Filosofie: ethiek (filosofie)
Trefwoord: Ethiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Drie schuitpraatjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
C " )
vonden, otn hunne kinderen wel groot te brengen in
de vreeze des Heeren, maar zorge te dragen, uat zij
anders geene vrees hebben.
De Heer. Even zoo dwaas en gevarelijk is het de
kinderen, door zoogenoemde Iprookjes en vertelfeltjes,
bang te maken. Nier alleen gefchiedt dit door Dienst-
boden van onderfclieidenen aard, als, bij afwezigheid
der ouderen, de kinderen aan hunne zorg zijn toever-
trouwd, maar, helaas! het gefchiedt ook wel door on«
verftandige ouders zeiven, die op de indrukken, welke
;8ulk een doen op de zwakke verftanden der kinderen
heeft, en de gevolgen , die daar uit ontdaan kunnen ,
niet doordenken. Hoe veel ellendige, bij het mins-
te toeval, dat ze niet doorzien of begrijpen kunnen,
met zich zeiven verlegene menfchen , worden daardoor
niet, als het ware, in de teedere jeugd , gevormd? en
hoe menig een goed geitel wordt er niet, voor het ge-
heels leven , door bedorven ? Welk een vruchtbare
grond wordt daardoor niet voor het Bijgeloof bereid;
en hoe mild. en ruim worden de zaden daarvan niet
vroegtijdig geftrooid, en tot kiemen niet flechis , rnaaf
tot welig groeijen gebragt! Het is allerbeklagelijkst,dat
vele ouders en opzieners van kinderen, dit niet beter
befeffen , en op de treurige gevolgen daarvan niet het ocg
vestigen. Zij ,diehunnekinderen warelijkliefhebben,mo.*
ten er zich niet alleen zeiven, met de uiterlie zorgvuldig-
heid, voor wachten: maar ook degeli k acht op geven,
dat niets hoegenaamd van dien aard , door hunne Dienst-
boden gefchiede; opdat ze niet alleen de gezondheid
hunner kinderen bewaren, maar ook voorkomen, dat
deze, tot menfchen — bedrijvende menfchen in de Maat-
fchappij — opgroeijende, niet zich zei ven tot last le-
ven^ of met onaangenaamhedeii en angsten, voorhars-
fenfchimmen en zotheden, fteeds zich zeiven en andere
kwellen. Ik prees u zoo even aan, om tegen de vrees
voor het onweder, te koopen en te lezen,zeker Boekje
van de Mantfchappij : 7oe Nut van 't Algman, ge-
naamd: Gefprckken over het Omeder. Maar ik kan ook
niet nalaten u,en elk,die belang Helt in eene gezonde,
vrolijke en door geene dwaasheden van onverftandige en
niet doorziende menfchen, geltoordeopvoeding, zijner kin-
deren, en daarbij zeiven tegen gekheden van zulk eenen
êiardjgewaarfchuwd willen wezen; ook ter lezing aan tera-
öer., een and?r, wat groptef boekje, door die zelfde
Maaï-