Boekgegevens
Titel: Drie schuitpraatjes
Serie: Stukken van onderscheidenen aard, 7 : 6
Auteur: Loosjes, Adriaan Pietersz
Uitgave: Amsterdam: Cornelis de Vries, Hendrik van Munster en zoon en Johannes van der Hey, 1814
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Opmerking: Bevat: I. Over het vloeken ; II. Over het bangmaken der kinderen ; III. Over het liegen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 437 : 7 : 6
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206172
Onderwerp: Filosofie: ethiek (filosofie)
Trefwoord: Ethiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Drie schuitpraatjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 41 :>
île weet niet, wat zij hem van fpoken en kabouterman-
nekens, en dergelijke dingen, had wijs gemaakt — en
de man (hij is vijftig jaar oud geworden) heeft mij dik-
wijls betuigd,dat hij zicb zeiven geweld moest aandoen,
om in den donker te gaan, en, fchoon hij voor ande-
ren de vrees wel wist te verbergen, is hem die vrees-
achtigheid tot zijn' dood toe biigeblevn.
De Heer. En wij fpreken nu nog maar van angs-
ten, die de kinderen, genoegzaam toevallig, althans
zonder opzet fchtppen; maar hoe zijn dan,i]ic;t die ou-
ders, en alle die met kinderen omgaan, te befchuldigen ,
die toelaten, dat hunnen kinderen angst en vrteze wordt
aangejaagd, of dit zelve opzettelijk doen, bij voor-
beeld , door zoogenoemde l'iullebakken, of Sint Niko-
lazen, op de misfelijkfte wijze toegetakeld; en die dan",
met eene vervarelijke ftem en de vreesfelijkile gebaren,
de nog diep onnozele wichten verfchrikken, om hen
door zulke middelen tot gehoorzaamheid te dwingen,
en te noodzaken , om dat te doen , hetgene hunna
willekeur , dikwerf zot genoeg , begeert. Nu , het
ontbreekt ook ' niet aan voorbeelden, van kinderen,
die door zulke mislijk toegetakelde voorwerpen, die,
iemand van jaren, onverwacht voorkomende, een fchrik
op htt lijf zouden jagen , zoodanig zijn gefchrikt, dat zij
ernstige en hevige ziekten, of plotfelings , of in de ge-
volgen, gekregen hebben; fommigen zelfs ftuipen. Ja
er zijn zelfs voorbeelden van kinderen,die er plotsliiigs
door geftorven zijn. Maar laat dit zeldzaam, zeer zeh'.
zaam, het geval zijn, wat is het eene ellendige zaak,
dat men zijne kinderen angstig en vreesachtig maakt.
Waartoe dient dat toch? Kan zulks zedelijke verbetering
in 'iets te weeg brengen ? Geenszins , zeker { Welke nare,
reddelooze, menfchen ziin ook de vreesacbtigen ! en het
fchijnt toch, daarbij, waar, dat de vreesachtigheid van
het eene op het andere eenigzins overwerkt- En in hoe
veel honderde gevallen komt ons niotd te pa.*, en hoe
dikwijls redt zich de moedige uit gevaren, waaiin de
bloodaard omkomt! Is dit zoo niet, oude fleer?
De Oude Heer. Welzeker Mijnheer 1 als david
geen moed gehad had, zou hij geen Leeuw en Heer
hebben durven aantasten en ook vervolgens den rtns
goliath niet hebben doodceflagen. Ik heb eens over
die ftoffe eene ftichtelijke preek gelezen , en in de toe-
pasfing eene regt ernstige aanfpraak aan de ouders ae-
B 3 von-