Boekgegevens
Titel: Drie schuitpraatjes
Serie: Stukken van onderscheidenen aard, 7 : 6
Auteur: Loosjes, Adriaan Pietersz
Uitgave: Amsterdam: Cornelis de Vries, Hendrik van Munster en zoon en Johannes van der Hey, 1814
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Opmerking: Bevat: I. Over het vloeken ; II. Over het bangmaken der kinderen ; III. Over het liegen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 437 : 7 : 6
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206172
Onderwerp: Filosofie: ethiek (filosofie)
Trefwoord: Ethiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Drie schuitpraatjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
C " )
veroorlooft, om, met aflegging van allen gepasten
eerbied, den naam van het heiligfte Wezen en van
den Zaligmaker der wereld, in zijne redenen, tot
bevestiging der waarheid , of bij elke vlaag van ver-
wondering, te mengen, en alzoo ijdellijk te mis-
bruiken; of over zich zeiven een Goddelijk oordeel
van flraf of verdoemenis, loszinnig in te roepen. Dit
geeft bij mij vermoeden, dat zulke Heden zeer verre
er van af zijn, van doortrokken te zijn, als ik mij zoo
mag uitdrukken, van die gevoelens van eerbied en ont-
zag, welke redelijke verltandige en zedelijke fchepfels
behooren te hebben, omtrent voorwerpen, zoo oneindig
boven hen verheven, en aan welke zij de diepfte hul-
de, en de gevoelens van den opregtflen eerbied ver-
fchuldigd zijn. fJoe weinig zou her, bij voorbeeld, voe-
gen, maar ook hoe belagchelijk zou men zich maken,
om, tusfchen elke verzekering, bij elke verwondering,
bij iedere verklaring van wil of wensch, den naam van
eenen Keizer, Koning of Prins in te roepen: bij voor-
beeld; in de plaats van: Het is voor den Blikfem waar;
Hu is voor den Alexander waar! in plaats van: Hoe
Donder is het mogelijk ! Hoe Fredrik is dat mogelijk l
in plaats van: Maak, voor den Weerlicht, dat je weg
komt; Maak voor dm Wjliem dat je weg komt', enz.
Zoo ook, gelijk ik, tot mijne fmart en met een gevoel
van verontwaardiging, meermalen gehoord heb , dat
niet alleen Heeren en Bazen, zoo tegen hunne knechts,
onderhooripn en anderen, maar ook ouders tegen hun-
ne eigen kinderen, op eenen zeer knorrieen, razenden
en möeiielijke toon , zich lieten hooren: jou Blikfems—
JOU Donders — jou Weerjlagskind^ en zoo op dien trant
meer. Zeker zou men zicti wel wachten, ora in de te-
genwoordigheid van zulke hooge, aanzienlijke perfona-
gien, op dergelijke wijzen, zich uit te laten, en ook,
met opzigt tot wien of in welk geval het dan ook zijn
mogte, aldus vloekende, razende en tierende, zich te
laten hooren. Men wacht zich zeker daar voor reeds,
als men zich bevindt in de tegenwoordigheid van veel
minder aanzienlijken dan vorstelijke perfonen, fchoon
meerdere in vergelijking van zich zeiven. Maar in de
tegenwoordigheid van het Opperwezen bevindt men
zich altijd , waar men zich ook bevinde : en de Alom-
tegenwoordige en Alwetende god ziet, hoort en weet,
altijd , alle daden en gedachten der menfchen. Zie
daar- Mejufvrouw! wat ik meende met die uitroepin-
gen