Boekgegevens
Titel: Drie schuitpraatjes
Serie: Stukken van onderscheidenen aard, 7 : 6
Auteur: Loosjes, Adriaan Pietersz
Uitgave: Amsterdam: Cornelis de Vries, Hendrik van Munster en zoon en Johannes van der Hey, 1814
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Opmerking: Bevat: I. Over het vloeken ; II. Over het bangmaken der kinderen ; III. Over het liegen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 437 : 7 : 6
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206172
Onderwerp: Filosofie: ethiek (filosofie)
Trefwoord: Ethiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Drie schuitpraatjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
ffflp'
l
d.
wm
m

0
( 8 :>
roepen, met deze lieden bemoeide,en hen over zeer on«
verfchillige uitdrukkingen, toen zij in de fchuit Ibpten,
berispte: waardoor gij hen tot het uhflaan van die aan-
eenfchakeüng van vloeken uitlokte, die belagchelijk en
hoogst berispelijk tevens zijn, doch welke ik zoo ftel-
lig niet durf beflisfen , of zij met de verdoemenis zullen
geltralt worden,als gij en anderen,vrij liefdeloos, hebt
durven vastftellen.
Jufv. Stijntje. Wel, Mijnheer! ik geloof, dat wij
op heele verfchillende gronden liggen. Ik zou wel eens
wenfchen te weten, wat gij over het vloeken denkt.
De Heer. Ik praat over zulke zaken ongaarne m
fchiiitcn of op wagens, omdat ik er die zeer ongefchikt
toe vindt, en men, of den fchijn heeft van een moeial
te zijn,of iemand ,die, tijdig en ontijdig,den zedemees-
ter wil uithangen. Maar ik wil, echter, wel in weinige
woordeu zeggen, wat ik van het vloeken denk, daar gij
miljn gevoelen daar over fchijnt te willen weten. Mis-
fchien kan ik er u en anderen mede nuttig zijn.
Jufv. Stijntje. Maar vondt gij niet. Mijnheer!
dat die Matrozen, zoo als zij hunne voeten in de
fchuit zetten, aanllonds verfchrikkelijk vloekten.
De Heer, Eigenlijk gefproken, neen, Mejufvrouw!
fchoon wel naar hetgene men gewoon is vloeken te
noemer. De 'terste gebruikte zeker de fterkfie vergelij-
king, die hij maken kon, met de fnelheid van zijn loo-
pen bij de fiielheid van den blikfem te vergelijker. En
de andere fprak van het grootfte vuur aan te blazen,
dat hij zich meende te kunnen voorltellen; daarbij den
Schipper voorftellende, ais bezeten door een aantal
booze geesten. En zoo booze geesten een ligchamelijk
gebaar en geluid kunnen maken, dan waarlijk zijn wij
ciaarvrn bij het in de war raken der lijn zoo even over-
tuigd geworden. Maar hadt gij, Mejufvrouw 1 door
uwe zuchten en aanmerkingen die twee zeebonken niet
aan c^e gang geholpen, zij zouden door hun vloeken
ons niet zoo geërgerd en verveeld hebben. Maar als gij
jni volrtrekt vveten wilt en zult, wat ik van het vloeken
denk: Ik houde de meeste vloekwoorden voor belach-
lijke , onhebbelijke ftopwoorden , onbedachtzame uitroe»
p.irgcn en velen daarvan voor een ftrafwaardig misbrui-
ken der benamingen van gevreesde natunrverfchijnfelen ,
of van den naam van het Heiligfte Wezen, dat, volgens
mijn gevoelen,ook veel te ügtvaardig, door zoogenoem-
de