Boekgegevens
Titel: Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Auteur: Swaan, Johan Samuel
Uitgave: Utrecht: O.J. van Paddenburg, 1813
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1129
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206147
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Tot streeling van het oog en voedsel voor het hart: leesboek voor jonge lieden van alle standen
Vorige scan Volgende scanScanned page
K 88 )
fcliijnt. Eindelijk waagt het 'er een, wagen hcc
'er meer, zich zoo nabij tebegeeven, dat de vlam
hunne vlerkjens zengt, en zij, in het licht ne-
dergeflort, geheel verbranden. Uit dit zoo ge-
woon verfchijnfel hebben wij Nederlanders het
fpreekwoord ontleend : „ hij zal nog in de kaars
vliegen." Daarmede iemant^ willende berelj^ïjen ,
die zich aan eene pf andere gevaarlijke, of fcha-
delijkè daad waagt, en van wien wij verondcrftel-
ïen, dat hij door dezelve te herhalen, nog een- j
maal zijn bederf veroorzaken zal. En dit kau
.men ook met vrij veel zekerheid vooruit zeggen ,
tvanneer wij iemand iets zodanig zien bedrijven, '
het geen . tegen de eerlijkheid inloopt, \Vij kunnen /
dit als onpartijdige aanfchouwers zien en vóoruic f
zeggen, terwijl dc man zelfs, dien het aangaat,;
dit niet zien kan, hoewel hij zelfs 'er het meeste'
belang bij heeft. Van waar di: verfchijnfel* Om
dat wij bij dat gezicht en onderzoek bedaard zijn,
CU dus de zaak uit het rechte oogpunt befchouwen
kunnen; en hij, dien dezelve betreft, door harts-
tochten en belang gedreven, niet zoo onpartijdig
is; maar door oogfchijnlijk voordeel, of door ge-
noegens , die in het oog vallen , verleid , het be-
«iaard overleg-ïTM^t«n - dus-buiteiv-flaat gefleld ,
wordt, die gevolgen in te zien, die 'er noodwen- '
ilig uit moeten vportvloeijen, en die gevaaren te !
lierekcnen, die 'er van zeiven mede verbonden zijn, i
■^er uit voortvloeijen en mede verbonden zijn ; om '
dat hier de Voorzienigheid tpsfchcn al v/at niet
zedelijk goed is en draf, tusfchen zedelijk goed '
en beloning het naauwst verband geplaatst heeft,
waar van zij nu en dan om wijze redenen, wel
eens de werking uitflelt; maar zeker nimmer doet
ophouden. Dit wisten ook de ouden reeds, v/an-
necf